Over de mezzotint

De mezzotinten van Bert Keller

 

Geschiedenis
De mezzotint, ook wel 'zwarte kunst' genoemd, was omstreeks 1650 een nieuwe grafische techniek. Bij de mezzotint wordt eerst de hele koperplaat geruwd met een zogenoemd wiegijzer, een instrument met een waaiervormige, gekartelde kop die rijen putjes en braam op de koperplaat achterlaat. Het wiegijzer wordt in een wiegende beweging in alle richtingen over de plaat bewogen. Op dit ruwe oppervlak hecht de inkt, ze blijft als het ware plakken aan de oneffenheden.
    Als je de plaat nu zou afdrukken, zou dat een egaal zwart vlak opleveren. Om een voorstelling aan te brengen worden nu bepaalde delen van de geruwde plaat met een schraapijzer of een polijststaal glad gemaakt. Op die plekken hecht de inkt minder en ontstaan dus bij de afdruk de lichte partijen. Door meer of minder te polijsten is het mogelijk om verschillende grijstonen, ofwel halftonen, te bereiken, vandaar de naam mezzo (half) tint.
    De mezzotint werd regelmatig gebruikt in het 17de-eeuwse kunstonderwijs, dat als een van de vaste onderdelen het natekenen van beroemde beelden en schilderijen kende. De mezzotint was bij uitstek geschikt voor reproducties van schilderijen, omdat deze vloeiende overgangen tussen de grijstonen mogelijk maakt. Met geen andere techniek konden de kleurschakeringen van het schilderij zo goed worden vertaald in zwart en wit.
    De prenten die gemaakt werden hadden zonder uitzondering een zeer bescheiden formaat, omdat het opruwen van de plaat met het wiegijzer minstens zo veel tijd kostte als het aanbrengen van de uiteindelijke afbeelding.

De moderne mezzotint
Tegenwoordig zijn er nog maar weinig kunstenaars die mezzotinten maken. De Nederlandse kunstenaar Bert Keller heeft zijn hart verpand aan deze ambachtelijke techniek en door gebruik te maken van moderne hulpmiddelen heeft hij haar de 21ste eeuw in weten te loodsen. Hij ruwt zijn platen niet met de hand op, maar laat ze stralen bij een straalbedrijf, zodat hij al zijn energie kan besteden aan het aanbrengen van de afbeelding. Doordat het straalbedrijf de arbeidsintensieve voorbereidende fase heeft overgenomen, is het mogelijk met veel grotere formaten te werken. Was vroeger een prentje van 20 x 30 cm al heel wat, Keller werkt tegenwoordig nooit kleiner dan 100 x 70 cm.
    Om op dat formaat nog enig houvast te hebben bij het aanbrengen van de voorstelling, maakt hij gebruik van een andere moderne techniek: diaprojectie. Op een opgeruwde metalen plaat kun je niet tekenen of schetsen, zoals op schilderdoek, en de kunstenaar heeft dus geen enkel houvast wanneer hij aan het werk gaat. Op klein formaat is dat geen enkel probleem, maar wanneer de plaat zo groot is als een eettafel, wordt het toch lastiger. Door een dia te projecteren op de plaat, is de afbeelding toch in grote lijnen zichtbaar en kan Keller zich concentreren op het gedetailleerd polijsten van de plaat. Dat polijsten gebeurt nog altijd met de hand en dat betekent dat het ook nog altijd echt monnikenwerk is. In een donkere ruimte (anders is de geprojecteerde dia niet voldoende zichtbaar) werkt hij zo’n twee maanden aan een plaat voordat deze klaar is voor een eerste proefdruk. Dikwijls gaat hij daarna de donkere kamer weer in om de voorstelling te perfectioneren.
    Ten slotte wordt de prent gedrukt op een enorme pers, waarbij zo’n twaalf afdrukken gemaakt kunnen worden. Door de druk van de pers wordt de plaat langzaam afgevlakt, waardoor op een gegeven moment niet langer mooie afdrukken gemaakt kunnen worden. Doordat de plaat minder diep wordt, wordt ook het zwart minder diep van kleur. Het uiteindelijke resultaat heeft op het eerste gezicht wel wat weg van een foto, ook omdat Keller meestal werkt met (bijna) zwarte inkt, maar wie goed kijkt ziet dat de mezzotint een veel zachtere, fluwelige kwaliteit heeft en bovendien een prachtige, diepmatte kleur die bijna tastbaar is.
    Uiteraard is bij Keller ook de voorstelling met zijn tijd meegegaan. De ouderwetse gecomponeerde stillevens, dikwijls met voorwerpen die nadrukkelijk wezen op de vergankelijkheid van het menselijk bestaan (schedels, zandlopers), hebben plaatsgemaakt voor verstilde afbeeldingen van bloemen en planten zoals die bij u en mij in de tuin staan. De aandacht voor het detail en de afwezigheid van kleur geven de prenten een meditatieve kwaliteit, waardoor je er niet snel op uitgekeken raakt. De artistieke kwaliteit van het werk staat buiten kijf: Keller heeft al diverse prijzen gewonnen met zijn mezzotinten en meerdere musea hebben zijn prenten in hun collectie opgenomen.
    Kortom: met zijn mezzotinten heeft Bert Keller een oude techniek met succes nieuw leven in geblazen. Een oude grafische techniek heeft hij weten te paren aan hedendaagse hulpmiddelen en moderne voorstellingen. Ze vormen een artistiek zeer geslaagde combinatie van oud en nieuw, van ambachtelijk en modern, van techniek en handwerk.

Hester Eymers

Bronnen:
- http://www.rijksmuseum.nl
- Grafisch ABC: Korte verklaring van termen uit de grafische kunsten (Varik: Uitgeverij de Weideblik, 2004)